De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

traduction de cette page en:

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicFM NL tijdens het surfen, 126 K stereo ('Windows Media Player' vereist)

Mill Hill - de pioniers (1905-1908)

de eerste 7 Mill Hill-Missionarissen (1905)
de eerste 7 Mill Hill-Missionarissen (1905), met hun Alg. overste Henry
in het midden en, rechts boven, dir. Oud van missiehuis Rozendaal. On-
derste rij J. Oomen (l.) en D. Lehane (r.); middenste rij: M. O'Grady (l.) en
M. Donsen (r.); boven (vlnr): H. Verdegaal, J. Meijers, Th. van der Linden.

1905

17 januari - Vergezeld van de generale overste Francis Henry reist de eerste "karavaan" van 7 Mill Hill missionarissen vanuit Londen via Oostende naar Brussel. De groep bestaat uit 2 Ieren (de overste Martin O'Grady, van Ierse afkomst, en Denis Lehane) en 5 Nederlanders (Michael Donson, Jan Oomen, Jan Meijers, Theodoor van der Linden en Hendrik Verdegaal).

18 januari - Koning Leopold II, een meester in PR, laat het vertrek van de 7 Congo-pioniers gepaard gaan met luisterrijke plechtigheden.

    het interieur van de St. Goedelekathedraal in Brussel
    het interieur van de St. Goedele-kathedraal in Brussel

  • om 11u. is er in de St. Goedele-kathedraal in Brussel een plechtige afscheidsmis, opgedragen door de pauselijke nuntius A. Vico, in aanwezigheid van talrijke burgerlijke hoogwaardigheidsbekleders, zoals Carton de Wiart, privé-secretaris en persoonlijke vertegenwoordiger van Leopold II en staatssecretaris de Cuvelier. Ook van vertegenwoordigers van alle Belgische missionerende orden en congregaties in Congo, zoals de provinciaals van Hecke van de Scheutisten en de Vos van de Jezuïeten. J. Oud, directeur van het Mill-Hill missiehuis in het Nederlandse Rozendaal, staat eveneens in het priesterkoor.

  • 's namiddags om 3u. volgt een particuliere audiëntie bij Leopold II, op het koninklijk paleis. De koning zegt in het Engels tot overste O'Grady: "U zult in Congo veel geduld moeten oefenen, want u zult op grote moeilijkheden stuiten en veel tegenwerking ondervinden. Ik koester echter grote verwachtingen van uw missie. Moge God u behoeden... Gedenk mij nu en dan in uw gebeden". Waarop O'Grady prompt antwoordt: "Niet nu en dan, maar altijd, Sire".

    het koninklijk paleis in Brussel
    het koninklijk paleis in Brussel

  • 's avonds heeft nog een officieel afscheidsdiner plaats bij Mgr Evrard, de deken van St. Goedele, met talrijke ere-genodigden. In zijn tafelrede wijst de generale overste Henry op het feit, dat een West-Vlaamse priester Pieter Benoit 20 jaar lang het moederhuis van Mill Hill heeft bestuurd en hij spreekt de hoop uit dat Mill Hill nu in Congo zal vergoeden wat het al van België heeft gekregen.

19 januari - Om 7u. 's ochtends vertrekken de 7 missionarissen van Mill Hill vanuit Brussel naar Antwerpen, waar ze aan boord gaan van het stoomschip "Philippeville" en, onder de begeleiding van een militaire muziekkapel, worden uitgewuifd op de kade door een grote menigte belangstellenden, verwanten en vrienden.

de havenpier van Boma
de havenpier van Boma

9 februari - Na een zeereis van 3 weken zetten de 7 MillHillers voet aan wal in Boma, de hoofdstad van Congo Vrijstaat. Het zevental wordt ontvangen door gouverneur-generaal Paul Costermans, totaal verrast omdat hij niet van hun komst op de hoogte is gesteld. Daarna zijn de nieuwkomers te gast bij de paters van Scheut.

zicht op de haven Matadi
zicht op de haven van Matadi

11 februari - De Congoboot brengt de 7 Mill Hill Fathers tot de eindhaven Matadi. Daar werden ze hartelijk ontvangen op de missiepost van de Redemptoristen.

de trein rijdend over een brug tussen Matadi en Leopoldstad
de trein rijdend over een brug tussen Matadi en Leopoldstad

13 februari - Vanuit Matadi wordt de reis verder gezet naar Leopoldstad, 431 km stroomopwaarts. Niet per boot (wegens de onbevaarbaarheid van de Congostroom, met zijn talloze watervallen en stroomversnellingen) maar met de trein, "geschokt, gerammeld, gebraden, berookt en bestoven".

Avenue du Roi Souverain in Leopoldstad
Avenue du Roi Souverain in Leopoldstad. Begin 19de eeuw.

14 februari - Bij hun aankomst in Leopoldstad worden ze welkom geheten door Mgr van Ronslé, Apostolisch Vicaris van Congo, in diens residentie. Het was de bedoeling om verder te varen naar de eerder overeengekomen missiepost in Bolobo aan de Congostroom, tussen Kwamouth en Lukolela (in het district "Stanley Pool"). Maar vicaris van Ronslé biedt hen de onbezette missiepost aan van Yumbi, zo'n 40 km stroomopwaarts van Bolobo. De autoriteiten stellen hen de stoomboot ("pakapaka" genoemd, naar het geluid van de raderen die op het water slaan) "Ville de Bruges" ter beschikking.

de 2 aangewezen missieposten (geel onderlijnd) en de latere bijkomende posten (rood onderlijnd)
de 2 aangewezen missieposten (geel onderlijnd) en de latere bijkomende posten (rood onderlijnd)
van de Mill Hill missionarissen, vóór de aankomst van de zusters van O.L.V.-ten-Bunderen in 1926

21 februari - De 7 pioniers bereiken de onbezette missiepost van Scheut in Yumbi. De commissaris-generaal van Stanley-Pool biedt hen enkele leegstaande gebouwen aan van het militair kamp in Yumbi, waarin ze zich voorlopig vestigen, om van daaruit een geschikte post te zoeken, meer stroomafwaarts richting Bolobo. Overste O'Grady laat hier 3 missionarissen M. Donsen, D. Lehane en H. Verdegaal achter. "Reeds de volgende begonnen de Katholieken en catechumenen zich bij ons aan te melden, door briefjes die zij meebrachten toonend, dat zij ofwel gedoopten of catechumenen waren. Daar wij de taal nog niet kenden, trachtten wij door gebaren ons verstaanbaar te maken en slaagden daarin voldoende. Dien dag schreven wij er 70 in, waaronder 4 of 5, die nog nooit onder instructie waren geweest en dus onze eerste catechumenen werden en volgenden zaterdag begonnen de Catechismuslessen", schrijft M. Donsen .

met de pakapaka naar Coquilhatstad
met de "pakapaka" naar Coquilhatstad.

25 februari - Overste M. O'Grady en zijn 3 metgezellen, Th. van der Linden, J. Meyers en J. Oomen, stomen met de "pakapaka" verder de stroom op en arriveren in de havenstad Coquilhatstad (het huidige Mbandaka). Ze krijgen er tijdelijk onderdak aangeboden in 2 huizen, o.m. dat van de plaatselijke Koninklijke Commissaris.

Vanuit Coquilhatstad ondernemen de 4 Mill Hill'ers enige verkenningstochten. Tenslotte kiezen ze het uitgestrekte bekken van de Lulonga - met zijn 2 zijrivieren, de Maringa en de Lopori - als hun toekomstig arbeidsveld. Al vrij gauw blijkt dat het gaat om een van de moeilijkste missieterreinen van héél Congo, dat de lugubere naam "graf van de blanken" draagt. Het Evenaars-district is bedekt met moerassig oerwoud, waarin ziekten zoals malaria, slaapziekte, lepra en tropische gele koorts lelijk huishielden. De streek verkeert in een toestand van volkomen ontreddering, teweeggebracht door de rubbermaatschappij ABIR.

het consessiegebied (bruingekleurd) van de rubbermaatschappij ABIR in 1890.
het consessiegebied (bruingekleurd) van de rubbermaatschappij ABIR in 1890.

De maatschappij ABIR ("Anglo-Belgian India Rubber and Exploration Company") was één van de beruchtste concessie-bedrijven van héél Congo Vrijstaat. Ze exploiteerde de natuurubberoogst in het "Maringa-Lopori"-district, en had zijn hoofdzetel in Basankusu. In 1897 spendeerde het bedrijf 1,35 fr aan 1 kg natuurrubber en verkocht die in de Antwerpse haven voor 10 fr per kilo, met een winstmarge dus van ruim 700%! De bestuurders incasseerden 10% van deze winst, wat overeenkwam met véél meer dan een ministerwedde. In 1906 had het bedrijf om en bij de 47.000 rubbertappers in dienst.

rubberoogsters bij de ABIR-vertegenwoordiger
rubberoogsters bij de ABIR-vertegenwoordiger

De plaatselijke handelsagenten van ABIR waren enkel belust op een zo hoog mogelijke productie en op woekerwinsten. Ze voerden een waar terreurbewind en konden daarbij rekenen op de steun van het plaatselijk garnizoen van de Weermacht, bestaande uit 50 soldaten, geleid door de Zweedse huurling-officier Hagström. Per maand moest elke rubbertapper 6 kilo verzamelen. Wie de opgelegde hoeveelheid niet haalde kreeg een lijfstraf, zoals 50 of meer slagen met de chicotte (=zweep). De soldaten begingen gruweldaden, zoals handen afhakken of zelfs het vermoordden van mensen als represaille. Soms werd de bevolking van een heel dorpen gegijzeld en onder militaire bewaking gesteld, of werden strafexpedities ondernomen en dorpen platgebrand, bijv. Baringa. Lees meer (lugubere) details hierover op een andere pagina van deze website.

De Internationale Onderzoekscommissie in Basankusu (1905)
De Internationale Onderzoekscommissie in Basankusu (1904). De almachtige directeur Albert Longtain van ABIR zit helemaal links

Edgar Stannard, een protestantse missionaris uit Baringa, rapporteerde geregeld in de Engelstalige media over de grove misbruiken en wreedheden van ABIR jegens de inheemse bevolking. Het moest dan ook niet verbazen dat een Internationale Onderzoekscommissie in 1904 rondtoerde in de streek en halt hield in Lulanga, Baringa Bongandanga en tenslotte Basankusu, waar de ABIR-direkteur Longtain aan de tand werd gevoeld.

De inlanders, die zwaar te lijden hadden onder de grootschalige dwangarbeid en de bloedige terreur van ABIR, staan aanvankelijk uiterst wantrouwig en zelfs ronduit vijandig tegenover de missionarissen. In hun ogen vertegenwoordigen ze het gehate blanke ras, dat hen op onmenselijke wijze opjaagde om rubber te verzamelen, hun vrouwen gijzelde en verkrachtte en er niet voor terugschrok om met geweer of door ophanging hen de schrik op het lijf te jagen. Slechts héél langzaam kunnen de Mil Hill Fathers het vertrouwen winnen van een minderheid, die merkt dat zij toch een ander soort blanken zijn, die het beste met hen voorhebben en zich vriendelijk, onbaatzuchtig en hulpvaardig gedragen.

Bokakata, de eerste missiepost in het Evenaarsdistrict, in 1907
Bokakata, de eerste missiepost in het Evenaarsdistrict, in 1907

8 april - 6 weken na hun aankomst krijgen de 4 Mill Hill missionarissen de toestemming van de district-commissaris om hun eerste "statie" (=missiepost) in de streek te installeren, nl. in Bokakata, aan de oever van de Lulonga-rivier. Ook daar is door de staat niets voorzien, maar ze vinden voorlopig onderdak in een leegstaand gebouwtje, afgestaan door de plaatselijke agent van de handelsmaatschappij "La Lulonga".

de 1ste overste Martin O'Grady (+ 25 april 1905)
de 1ste overste Martin O'Grady (+ 25 april 1905)

25 april - Al heel spoedig komen de eerste echte tegenslagen. Twee weken na hun aankomst in Bokakata wordt de 29-jarige overste Martin O'Grady ziek en sterft aan galkoorts. Maar het missiewerk moet doorgaan en de wat oudere Michel Donsen, gestationneerd in Yumbi, volgt hem op. J. Oomen leidt de zaken in Bokakata. Op 13 mei begint daar het eerste catechismusonderwijs voor een 40-tal personen, waaronder 16 gedoopten (oud-soldaten en ex-werklui).

het eerste (lemen) woonhuis van de missionarissen in Bokakata
het eerste (lemen) woonhuis van de missionarissen in Bokakata

4 september - Krachtens het verdrag tussen Congo Vrijstaat en de H. Stoel moeten missionarissen onderwijs geven om grondconcessies te krijgen en dus te kunnen bouwen. De 3 MillHillers openen in Bokakata een school voor een beperkt aantal leerlingen, o.m. voor lessen Frans. Intussen leren ze zélf de plaatselijke taal én het Frans. Lesboekjes zijn er nog niet. Meteen beginnen de missionarissen met het optrekken van de lemen gebouwen van de missiepost.

Fr Jan Oomen met de kinderen van de schoolkolonie in Bokakaka
Fr Jan Oomen met de kinderen van de schoolkolonie in Bokakaka

Er is in Bokakata ook enige tijd een zogeheten "schoolkolonie", een internaat voor kinderen die door de staatsambtenaren zijn geronseld. Het gaat om weeskinderen, verwaarloosde en verlaten kinderen, kinderen die zijn weggelopen uit slavenkolonies of bevrijd uit slavenconvooien of kinderen die zijn weggehaald uit opstandige dorpen. Ze worden in de schoolkolonie opgeleid tot werklui en lagere staatsbeambten. In het schooljaar 1905-06 zijn er Bokakata 25 leerlingen, inclusief wezen of gevluchte kinderen.

23 september - Generale overste Henry komt naar Brussel voor een gesprek met Ridder de Cuvelier op Buitenlandse Zaken. Beiden komen het volgende overeen:

  1. de jaarlijkse subsidie voor onderhoudskosten zal voortaan 2500 fr per missionaris bedragen.
  2. de staat zal het meubilair voor de woonhuizen van de missionarissen betalen.

21 november - In Brussel wordt enkele maanden lang het voorstel van Mill Hill om een tweede lichting missionarissen naar Congo te sturen beleefd genegeerd. Maar plots komt het bericht van de Cuvelier dat Leopold II - binnen de 2 maanden! - 5 à 6 nieuwe Engelse missionarissen wil zien vertrekken. Welke zijn de redenen van deze ommezwaai? De publicatie van het negatief rapport van de internationale onderzoekscommissie (5/11) over Congo én het fors aanzwellen van de Engelse kritiek op het Congo-beleid van Leopold II. Helaas is de laatste lichting van gewijde Mill Hill-Missionarissen al volledig ingezet in andere missiegebieden.

1906

bekeerlingen van de 2de missiepost in Lulanga
bekeerlingen op de 2de missiepost in Lulanga

10 maart - Overste Michael Donsen verlaat zijn post in Yumbi en start in het Lopori-Maringa district een tweede missiepost, nl. in Lulanga, een belangrijk handels- en administratiecentrum midden in protestants gebied, aan de monding van de Lulonga-rivier in de Congostroom.

de heropgebouwde missie van Bokakata, na de brand van 28 maart 1906
de heropgebouwde missie van Bokakata, na de brand van 28 maart 1906.

28 maart - In Bokakata branden de pas opgerichte lemen missie-gebouwen volledig af door een blikseminslag. De karige inboedel gaat helemaal in de vlammen op. De 3 missionarissen staan letterlijk op straat. Pas tegen eind 1906 zullen de nieuwe gebouwen klaar zijn.

18 juli - Ruim een jaar na de aankomst wordt aan de Mill Hill-missie, per koninklijk decreet, volledige rechtspersoonlijkheid toegekend en kan ze voortaan grondbezittingen (concessies) verwerven en eigen gebouwen optrekken. En op 29 september krijgt Mill Hill een eerste concesssie (voor een looptijd van 99 jaar) voor het domein van de missie in Bokakata.

Victor van Haeren, een van de nieuwkomers
Victor van Haeren, een van de 4 nieuwkomers (later missieprocurator in Antwerpen)

13 december - Om de uitgedunde gelederen te versterken vertrekt in Antwerpen een tweede groep van 4 missionarissen: de Ier B. Mc Mahon en de Nederlanders P. van den Besselaar, P. Timans en V. van Haeren, die begin januari 1907 zullen aankomen. De 2 eerstgenoemden zijn bestemd voor Bokakata. De 2 laatstgenoemden gaan naar Lulanga. Omdat de generale overste Henry dezelfde voorwaarden heeft gevraagd als voor de 1ste lichting betaalt de regering hun reistickets (3.600 fr) en hun uitrusting (2.258 fr). Bovendien krijgt Fr Henry een cheque van 7.500 fr voor kosten, kledij en persoonlijke voorwerpen en daarbovenop gaat 3.000 fr naar de Mill Hill-overste Donson in Congo.

In totaal betaalde de staat dus voor beide lichtingen 111.866 fr. Voor Leopold II was dat puur verlies, want zijn propaganda-machine, inclusief de inzet van Engelse missionarissen, heeft jammerlijk gefaald. Bezwijkend voor de binnen - en buitenlandse kritiek op zijn koloniaal beleid beslist de koning op diezelfde 13 december om Congo-Vrijstaat af te staan en door regering en parlement te laten omvormen tot de kolonie Belgisch Congo.

1907

Denis Lehane
Fr Denis Lehane (+ 1907)
Fr P. Timans
Fr P. Timans (+ 1907)

24 februari - Pionier D. Lehane (26 j.) en de nieuwkomer P. Timans (27 j.) verdrinken op een 100-tal meter van de aanlegsteiger van hun missiepost in Lulanga. De versie van de paters luidt dat hun prauw met 3 roeiers in het nachtelijk duister omsloeg door een verraderlijke draaikolk. Een later gerechtelijk onderzoek en getuigenverhoor brengen evenwel aan het licht dat beide missionarissen met hun prauw terugkeerden van een lekker etentje bij een bevriende Vlaamse hout-exploitant. De twee door drank wat benevelde paters sloegen een uitnodiging af om over te stappen op een grotere kano die hen tegemoet vaarde. Ze gingen daarbij zo driftig te keer dat hun prauw plots kapseisde. De 2 missionarissen en 1 roeier werden verzwolgen door de woeste golven.

laan met palmbomen in Yumbi
laan met palmbomen in Yumbi

maart - De missiepost van Yumbi wordt na 2 jaar verlaten en teruggegeven aan Scheut. Vanwaar die opheffing van de 1ste "statie"?

  • Yumbi ligt te ver verwijderd van de posten Bokakata en Lulanga in het andere deel van de missie. Vanaf nu worden alle beschikbare mensen en middelen volledig geconcentreerd in het Lulonga-bekken.
  • de concurentie van de nabijgelegen protestantse missieposten blijft overweldigend groot.
  • de diverse dialecten in het gebied zijn erg moeilijk om aan te leren, zeker voor de onvoldoende voorbereide MillHillers.
  • de medewerking van de Staat was van meetaf onbestaande. De toegezegde huisvesting kwam er maar niet. De missionarissen voelden er zich ook niet helemaal welkom.

april - Het zijn inmiddels moeilijke tijden in Bokakata. De missionarissen leven in een nogal conflictueuze verhouding met de handelsagent van de rubbermaatschappij "Société Anonyme Belge pour le Commerce du Haut-Congo" (S.A.B.). J. Oomen, P. van den Besselaar en Th. van der Linden worden zelfs aangeklaagd voor het ruilen van kogels tegen levensmiddelen en voor de opsluiting van inlanders die de verplichte levensmiddelen niet wilden leveren. Die beschuldigingen waren ten onrechte, zo bleek al gauw.

Baringa, een paar maanden na de aankomst van de missionarissen
Baringa, een paar maanden na de aankomst van de missionarissen

21 augustus - Mill Hill opent een derde missiepost in Baringa aan de oever van de Maringa-rivier. Enkele jaren voordien werd het hele dorp in de as gelegd door een militaire straf-expeditie, om er rubberplantages aan te leggen. Intussen is het een handels- en administratief centrum geworden aan de oever van de Maringa-rivier. Th. Van der Linden en V. van Haeren gaan er aan de slag.

Fr Jan Oomen, de nieuwe overste vanaf 30 september 1907
Fr Jan Oomen, de nieuwe overste vanaf 30 september 1907

30 september - Overste Michael Donsen (41 jaar) wordt ziek en sterft in Coquilhatstad aan koorts. Jan Oomen volgt hem op. Na 2 jaar pionierswerk ziet de toestand er hachelijk uit: van de 11 Mill Hill-missionarissen blijven er nog slechts 6 over: Meijers en McMahon in Lulonga, Oomen en Van den Besselaar in Bokakata, en Verdegaal en van Haeren (die de zieke van der Linden tijdelijk vervangt) in Baringa.

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail