De Zusters van O.L.V.-ten-Bunderen (vanaf omstreeks het jaar 1269)
Moorslede 1269-1578
Frankrijk 1578-1587
Ieper 1587-1785
Moorslede 1785-2004
Zonnebeke 2004 -
varia

 

   Zoek op deze site met FreeFind

 

beluister ClassicNL tijdens het surfen, 128 K stereo

Ten Bunderen wandelroute - De Tuimelare (2)


Op de plaats van deze tweewoonst aan de Oude Heirweg 24 en 26, stond eeuwenlang de herberg
"De Tuimelare". (Foto: Linda Malfait, dochter van de laatste uitbaatster Anna Grymonprez)

DE TUIMELARE - 2. DE HERBERG 'DEN TUIMELARE'

Ontstaan

Linda Malfait, plaatselijke heemkundige: "Zeker al vanaf het begin van de 17de eeuw stond er, tot in 1955, langs de Oude Heirweg een herberg "Den Thuymelaere", slechts enkele honderden meter verwijderd van het verdwenen laatmiddeleeuws Gasthuis Ten Bunderen (ca. 1269 - 1578). Op de plaats van de oorspronkelijke herberg staat nu een tweewoonst, nr. 24 (bewoond door de laatste uitbaatster Anna Grymonprez) en 26. De herberg "Den Thuymelaere" was, zo niet de alleroudste, dan toch zeker één van de oudste van Moorslede. Ze werd reeds vermeld in de Moorsleedse gemeenterekeningen van 1601. De plaatselijke historicus Medard Van Den Weghe voegde het betreffende citaat toe aan zijn "Register over de geschiedenis van Moorslede" (Onuitgegeven. Moorslede, Gemeentehuis, 1894):

"Hem betaelt an Lucas de Druyet, weert in den Thuymelaere over t gonne tsynen huyze verteert is gheweest bij de ammants dezer prochie ten gasthuyze keermesse ende over t gonne toeghelegt is gheweest ande sweertreyders, hemelpersonnagen ghespeelt tot vercierynghe van den voorgaenden ommeganck deser prochie ’t samen de somme van … (Bron: Monumentje nr. 8)".

L. Malfait: "Medard Van Den Weghe verwijst in zijn boek "Geschiedenis van Moorslede" naar een document uit 1652 betreffende de betaling van parochietienden (= het tiende deel van alle opbrengsten van alle gewassen of van vee + een deel van de offergaven) aan het kapittel van kanunniken, verbonden aan de O.-L.-Vrouwkathedraal in Doornik. Daarin wordt eveneens uitdrukkelijk melding gemaakt van de herberg:

"... op den zuydcant van de straete die loopt van de meulen naer dherberghe ghenaempt den Thuymelaere ende alzoo suyt lancxt de heirstraete tot den Bundercruysse, binnen deze voornoemde prochie van Moorslede".


Van de vroegere herberg "Den Tuimelare" is geen enkele afbeelding bewaard. Even wegdromen dan
maar bij dit schilderij "De St.-Michael herberg" van P. Brueghel de Jonge (1564-1638).

L Malfait: "Volgens Van Den Weghe ontleende "het gehuchte ten oosten van het dorp (n.v.d.r. Moorslede) gelegen waarschijnlijk zijn naam aan de herberg De Tuymelaere", dus niet andersom. Deze onderstelling wordt bijgetreden door Karel De Flou in zijn gezaghebbende "Woordenboek der Toponymie van Westelijk Vlaanderen": "De Tuymelaere is een wijk in Moorslede, waarschijnlijk zo genoemd naar de herberg met die naam." Maar wat er echt het éérst kwam, de herberg of de wijk, weten we niet, bij gebrek aan wetenschappelijk bewijsmateriaal. Al evenmin weten we met zekerheid of de herberg "De Tuimelare" haar deuren opende tijdens het verblijf van de zusters in het vlakbij gelegen Gasthuis ten Bunderen (1269-1578), of erna... Wat er ook van zij: het Gasthuis ten Bunderen en de Tuimelare-herberg hebben, (tijdelijk) tesamen ofwel in chronologische volgorde, het 'kloppend hart' gevormd van de Tuimelarewijk, allebei stragegisch gelegen langs de eeuwenoude "Oude Heirstraete", slechts 500 meter van mekaar verwijderd".


Dorpsherberg. Simon Bening, miniatuur, 1530. (© Wikigallery.org)

I. "Hoewel er voor de eerste keer sprake is van "Den Tuimelare" in een document van 1601, is het lang niet denkbeeldig dat deze herberg véél ouder is. Het is best mogelijk dat ze al bestond tijdens de periode van 1269 tot 1578, toen er vlakbij, eveneens langs de huidige Oude Heirweg, een Gasthuis Ten Bunderen stond, bewoond door enkele vrouwelijke religieuzen. Die zusters gaven er gratis voedsel, verzorging en één overnachting aan voorbijtrekkende pelgrims en behoeftige reizigers. Er waren in die tijd niet veel begaanbare wegen, zodat er op de heerweg heel wat mensen van allerlei slag passeerden. Herbergen waren doorgaans gelegen op gunstige locaties, zoals langs deze drukke doorgaande wegen of in de dorskern bij het kerkplein".

"Het Gasthuis en de herberg "De Tuimelare" konden dus best náást elkaar hebben bestaan. In dat geval zou de herberg de hulpverlenende functie van de zusters, nl. het gastvrij aanbieden (niet kosteloos, maar tegen betaling) van eten, drinken en nachtverblijf, hebben aangevuld en zich tegelijk op andere doelgroepen hebben gericht: meer vermogende bedevaarders, geestelijken, edellieden, handelaars, militairen, ambachtslui, koeriers, schepenen, rondtrekkende troubadours, muzikanten, 'tuimelaars' (= jongleurs), enz."


Pieter Brueghel de Jonge. Tafereel bij de herberg. Begin 17de eeuw (© Wikimedia).

II. "Ofwel werd de herberg "De Tuimelare" opgericht ter vervanging van het Gasthuis ten Bunderen, nadat het in 1578 nagenoeg helemaal werd verwoest tijdens de Beeldenstorm. In dat geval zouden de uitbaters gewoon de caritatieve gastvrije taken hebben overgenomen van de naar Frankrijk gevluchte Bunderzusters. Het middelnederlandse woord 'her-berghe' was trouwens de samenstelling van "her" (= heir, leger) en "berg" (= onderkomen, onderdak, nachverblijf, logies). Een herberg was aanvankelijk - in de letterlijke betekenis van het woord - een overnachtingsplaats voor militairen, een soldatenverblijf. Langzamerhand kreeg de naam 'herberg' een ruimere invulling, nl. een plaats waar reizigers een onderkomen vonden, waar ze konden uitrusten, zich opwarmen, op krachten komen, zich wat ontspannen, eten, drinken en overnachten."

Opeenvolgende eigenaars

17de eeuw


Voorbijgangers warmen zich op bij de haard in de herberg. P. Brueghel de Jonge, begin 17de eeuw
(© Wikimedia).

In de onuitgegeven aanvullingen bij zijn boek "Geschiedenis van Moorslede" (Moorslede, Gemeentehuis, 1894) vermeldde Medard Van Den Weghe een lijst met namen van de opeenvolgende uitbaters (daarom nog niet per eigenaar) van de herberg "Den Tuymelaere" gedurende de 17de eeuw".

  • 1601. Lucas de Druyet
  • 1604. Pieter Vanneste
  • 1624 en 1633. Pieter Hoorne
  • 1639. Nicolaas Provoost
  • 1644. Jan van Mildemersch/Ferdinand Leenknecht
  • 1647. Laurens de Plo
  • 1650. Maryn Ghekiere
  • 1655. Olivier de Meyere

Aan het einde van de 17de eeuw, in 1694, waren er op de heerlijkheid Moorslede 7 herbergen, waaronder "Den Tuymelaere".

18de eeuw


Herberg De Lindenboom in Cattenbroek (Linschoten NL). Tekening, 1729. (© Wikimedia)

L. Malfait: "In de rekening van de Armendis (= parochiale armenzorg) in 1761 was er sprake van collectebussen (ten voordele van de liefdadigheid) die opgesteld stonden in de 9 herbergen van Moorslede. Maar in 1779 telde men in Moorslede al 17 erkende herbergen. Deze lijst werd samengesteld door de plaatselijke overheid, in uitvoering van een plakkaat, uitgevaardigd door de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia, en de daaruit voortvloeiende ordonnantie (= verordening) van de Raad van Vlaanderen. De eerste 4 herbergen op de lijst vormden geen probleem, dat waren er geen te veel voor het dorpscentrum. Ook de overige herbergen, die buiten het dorpscentrum gelegen waren, mochten van de overheid blijven voortbestaan wegens hun openbaar nut voor de parochianen of voor de passerende reizigers. En zelfs als ze niet nuttig waren dan mochten ze toch open blijven omdat de eigenaars/uitbaters stuk voor stuk eerlijke en goede mensen waren die met de inkomsten van de herberg hun gezin moesten onderhouden! (Bron: RAG, Raad van Vlaanderen, 1779, nr. 32173)".


Dienstmeisje en oude vrouw in een herberg. A. Dürer. pentekening, 1520. (Chantilly, Musée Condé)

"Op de lijst van erkende herbergen stonden twee ervan op de Tuimelarewijk: "De Drye Conyngen" aan de Menensesteenweg (die voordien aan de Oude Heirweg was gevestigd) en natuurlijk ook "Den Tuymelaere" aan de drukbewandelde "Oude Heirstraete" (nu Oude Heirweg). Deze laatste werd in 1797 uitgebaat door Petronella Verhaeghe, weduwe van Joannes Dedeurwaerdere" (Bronnen: Joeri Stekelorum. Een bijdrage tot de geschiedenis van de drankcultuur in de Westhoek. III. Herbergen in de kasselrij Ieper anno 1779, in - Westhoek-Info, 1993, jg. IX, 1, blz. 1-43; Stadsarchief Ieper; Dienst Burgerzaken Moorslede).

19de eeuw


De rode pijl toont de herberg (48). Voorts is er de tuin (49), de boomgaard (47) en een
achterliggend perceel grond (46).(Atlas der Buurtwegen, 1852)

I. L. Malfait: "In 1842 was Charles Deurwaerder de eigenaar van "Den Tuymelaere", niet enkel van het gebouw maar ook van de grond erachter en van de boomgaard. Op de "Atlas der Buurtwegen" (1852) staat de herberg met achterpleintje ("achterkoer", "den achteruut") onder nr. 48, de boomgaard onder nr. 47, de tuin onder nr. 49 en de grond achter de herberg onder nr. 46. Het herberggebouw had een oppervlakte die overeenkomt met die van de huidige tweewoonst (huisnummers 24 en 26) langs de Oude Heirweg. De later aangebouwde 3de woning stond er toen nog niet".


Op deze Popp-kadasterlijst van de 'Tuymelaer Hoek' (Sectie B) staat de herberg, nr. 784 (rode
pijl), de tuin, nr. 782 (blauwe pijl), de boomgaard, nr. 783 (groene pijl) en het stuk grond, nr. 781
(zwarte pijl). (Bron: P. C. Popp, kadasterlijst, 1854. Foto: L. Malfait)

II. "In 1887 hoorde de herberg toe aan ene Aloïs Huyghe, landbouwer uit Moorslede. Dat staat te lezen in een notariële akte van 17 december".

III. "In 1893 verkocht Aloïs Huyghe "een woonhuis dienende voor herberg genaamd 'In den Tuimelaere' met schuur, zwingelkot en verdere gerieven" aan de Moorsleedse brouwer Karel Bostyn en diens vrouw Louise Cneut, wonend aan de Menensesteenweg. De nieuwe eigenaars verhuurden de herberg en toebehoren aan Karel Samyn (mijn overgrootvader). Na het overlijden van Karel in 1911 baatte zijn vrouw Mathilde Haspeslag de café verder uit."

20ste eeuw

Naam en adresLaatste uitbaterBewoond door
De Tuimelaere. Oude Heirweg 24-26
De Roobaert. Oude Heirweg 30
De Bellevue. Oude Heirweg 34
De Vijfwegen. Oude Heirweg 36

De Sneppe. Knaagreepstraat 6

In de Casino. Menensesteenweg 7
De Velomakerij. Menensesteenweg 16
   (Au Retour de Bretagne, na WO I)

De Bakkerij. Menensesteenweg 26
De Brouwerij. Menensesteenweg 36
Ma Campagne (De Beele). Menensesteenweg

Het Nachtlichtje. Tuimelarestraat

Anna Grymonprez
Jerome Vandoorne & Julia Denys
Paul Terryn & Romanie Vahaverbeke

 
Juliën Seys & Emma Vangeenberghe

Alberic Desimpelaere
Jules Pyncket & Stephanie Patteeuw

Charles-L. Sinnesael & M. L. Masquelier
Charles Bostyn & Marie-Louise Cneut
Marie-Louise Claeys

Six

Anna Grymonprez, D. Decru
Onbewoond
Gesloopt
Erna Sinnesael

Gesloopt

Door brand vernield
Gesloopt

Gesloopt
Gesloopt
Gesloopt

Verwoest in 1918 (eind WO I)

L. Malfait: "In het begin van de 20ste eeuw waren er op de toenmalige Tuimelarewijk in totaal 11 herbergen (zie de bovenstaande tabel). In zijn "Verhalen en geschiedenissen van de gemeente Moorslede van vóór de oorlog 1914-18 en enkele van erna" (1967) vermeldt Georges Bouten er 8 van: Den Tuimelaere, de Roobaert, de Vijfwegen, de Sneppe, de Velomakerij, de Brouwerij, Ma Campagne en het Nachtlichtje. De overige 3, nl. De Bellevue, In de Casino en De Bakkerij staan niet op zijn lijst. Ze bestonden allicht nog niet vóór WO I en werden pas erna geopend."


Het interieur van de herberg tijdens Wereldoorlog I. Derde van links zit de waardin Mathilde Haspeslag,
weduwe van Karel Samyn (foto: Linda Malfait)

"Er zijn géén foto's, schilderijen, tekeningen, afbeeldingen of grondplannen bekend van de buitenkant van de herberg "De Tuimelare". Er is nog wél een foto bewaard van de binnenkant, van de gelagkamer tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Er hing een vogelpikblok (= darts) aan de muur. Later kwam er nog een tweede bij. Voor de vroegere binnen- en buitenstructuur zijn we aangewezen op de indeling op de kadasterkaarten uit die tijd. Het is wel zo dat het gebouw zelf van de herberg één geheel vormde".


Achiel Grymponprez (links) en Marie Samyn (rechts), de voorlaatste herbergiers van 'den Tuimelaere'.
In de bloemen gezet bij hun gouden bruiloft! (Foto: Linda Malfait, hun kleindochter)

L. Malfait: "In 1921 werd de herberg "In den Tuimelaere" (samen met een schuur, zwingelkot, "verdere gerieven", tuin en bouwland) door de erfgenamen van de vorige eigenaars (Charles Bostyn en Louise Cneut) verkocht aan mijn grootouders Achiel Grymonprez en Marie Samyn, die de café verder uitbaatten".


Anna Grymonprez, de laatste uitbaatster

Octave Malfait, haar man

"Vanaf eind 1951 werd "de Tuimelare" uitgebaat door mijn moeder Anna Grymonprez, dochter van Achiel Grymonprez en Marie Samyn. Op 1 juni 1955 sloot de herberg haar deuren. Mijn ouders bleven erin wonen en vernieuwden het interieur van het huis nr. 24. Het huis nr. 26 ernaast bleef er van binnen echt uitzien zoals in de tijd van de herberg, tot de renovatie ervan in 1978. In 2011 werd het ooit aangebouwde huis nr. 28 - dat niet tot de herberg behoorde - afgebroken om een parking aan te leggen. De buitenkant van de tweewoonst onderging een grondige opknapbeurt. Mijn moeder, vaak 'Anna van de Tuimelare' genoemd, bleef tot op de dag van vandaag wonen in het huis (rechts) nr. 24. In het huis (links) nr. 26, woont onze zoon Dimitri Malfait".

De tijd van toen...herinneringen uit vervlogen tijd


De structuur van een vakwerkhuis

De 'invulling' van vakken tussen de staande balken

L. Malfait: "De Tuimelare was een eenlaagswoning, een gelijkvloers met daarboven een zolder, onder een zadeldak. Allicht ging het aanvankelijk om een zogeheten vakwerkhuis, waarvan de dragende structuur (van muren, plafond en dakgebinte) bestond uit dikke houten balken (een beetje vergelijkbaar met de hedendaagse houtskeletbouw). De ruimtes (= vakken) tussen de opstaande houten staken van de muren werden ingevuld met een vlechtwerk van soepele takjes (= tenen) van wilg, eik of hazelaar, dat vervolgens werd bestreken met een mengsel van stro en leem. Wegens het brandgevaar werd later de leem, als invulling van de muren, vervangen door baksteen en de strooien dakbedekking door pannen. De onderste 12 à 18 lagen baksteen van de gevels waren allicht met teer bepleisterd om de vochtigheid en insecten te weren".

"De zes vensters in de voorgevel waren voorzien van houten luiken, die in de 20ste eeuw groen waren geschilderd. De ramen zelf hadden decoratief-landelijk witgeschilderde ingewerkte kleinhouten. Er hingen korte glasgordijnen en langs onder was er, aan de binnenkant, een soort speciaal glas achter het vensterraam geplaatst om het binnenkijken te bemoeilijken. Aan beide zijden van de voordeur was er in de muur een ring bevestigd om een paard aan te binden en er was een 'voetschraper' voorzien om de modder van de schoenen of laarzen te verwijderen. De naam van de herberg was in zwarte letters geschilderd op een houten bord van 1,5m lang en zo’n 30 cm hoog, dat boven de ingangsdeur hing. De bovenste helft van de voordeur had gekleurd glas. 's Avonds werd een 'berd' (= houten schutting) achter de 6 vensterramen geschoven."


Twee panelen van de toog, verwerkt in een schouwkastje.
(foto: L. Malfait)

Een paar leeuwenkoppen van de toog, verwerkt in een
bloembak. (foto: L. Malfait)

L. Malfait: "In de vorige eeuw was er in de gelagkamer, aan de muur achter de toog een 'glazenberd' (= groot houten wandpaneel) aangebracht. Dit was een groen geschilderde muurhoge nis, zonder spiegel, met banken waarop de bierglazen stonden en twee vazen. Links ervan bevond zich een kleinere nis. Rechts was een deurtje waardoor men makkelijk rechtstreeks van alles kon doorgeven vanuit de kelder: erg handig wanneer er veel volk was dat een vlotte doorgang via de gelagkamer bemoeilijkte. Ook was er over de hele lente van de toog een verhoog erachter, waarop de waard of waardin stond en dat op maandag werd buiten gedragen om te schuren. Op de toog stonden twee bierpompen met porceleinen handvaten".


Interieur van een 19de eeuwse herberg. (Henri de Braekeleer. 1877. Antwerpen, KMSK)

"De aankleding van het vroegere interieur oogde klassiek. Aan de muur hing - zoals in de meeste herbergen vroeger - een bord met de tekst: "God ziet mij. Hier vloekt men niet", een kruisbeeld met een palmtakje erachter en 2 afbeeldingen van de H. Genoveva van Brabant. Aan de wand prijkte een klok in een houten kastje. De muur rechts hing vol affiches. Er werd verwarmd met een Leuvense stoof. Er stonden (hingen?) petroleumlampen en in de zomer werd gebruik gemaakt van glazen vliegenvangers".


Deze gesculpteere balken kwamen in 2011 te voorschijn bij het verwijderen van het plafond.
(Foto: Linda Malfait)

"In de gelagkamer trof men de typische oude tafeltjes aan met stoelen errond. Er stond ook nog een biljarttafel. Op een tentoonstelling in 1961 over "Rumbeke door de eeuwen heen", was er een vuurpotlepel uit café De Tuimelaere te Moorslede te zien (nr. 548 in de catalogus). Deze diende om het vuur in de open vuurpotten van drankslijterijen aan te wakkeren. Onwillekeurig rijst de vraag: werd er misschien ooit, op kleinschalige wijze dan, sterk alcoholhoudende drank gestookt/gedistilleerd in De Tuimelare?".


Originele bierglazen en een fles van de brouwerij Louwaege uit Kortemark (foto: Linda Malfait)

L. Malfait: "Het bier werd aangekocht bij achtereenvolgens de brouwerij Bostyn (de vroegere eigenaar van "de Tuimelare") langs de Menensesteenweg, Moorslede), Sint-Antoon in Gullegem en Louwaege in Kortemark. Charles-Louis Sinnesael van aan de Menensesteenweg (Moorslede) leverde de 'kortendrank' (= jenever, sterke drank)".

"De herberg zélf verkocht in de 1ste helft van de vorige eeuw bieren zoals Faro, Export, Akila Pils, Extra Ouden Bruin ('Vlaams Bruin') en Stout; daarnaast ook koffie (met een scheut sterke 'kortendrank' erin), chocolade, tabak en sigaretten. Het bier werd ook aan huis verkocht, eerst gebracht met een hondenkar, later met paard en kar."

Volksvermaak in en rond de herberg De Tuimelare

Daar bij die molen, zoals het zo vaak weerklonk in "De Tuimelare"
Twee ogen zo blauw (Willy Derby)

L. Malfait: "Een herberg is altijd al een sociaal contactpunt geweest, maar vroeger was het volksvermaak in en rond een herberg veel intenser dan nu. Er werd gezongen (de 'zinginge'), waarbij één of meerdere personen hun ‘œuvre’ naar voren brachten en iedereen zong uit volle borst mee. Toen waren de volgende liedjes héél populair: "Daar bij die molen", "Twee ogen zo blauw", "Ik heb een huis met een tuintje gehuurd", "Lili Marleen", "Korenbloemenblauw"... Er werd accordeon of mondharmonica gespeeld en gedanst. De herbergen werden bezocht om te drinken. Maar evengoed om mensen te ontmoeten en zich te ontspannen. Dat is op vandaag nog altijd zo. Er waren in het verleden allerhande herbergspelen, zoals kaarten, biljarten, vogelpikken, dobbelen, bollen, boogschieten, enz."


Kermistafereel. Pieter Brueghel de Oude, 1566. (© Wikimedia).

"En dan was er de jaarlijkse wijkkermis. De oudst bekende vermelding van "gasthuyze keermesse" vinden we terug in de gemeenterekeningen van 1601. Een disrekening van 1627 sprak van almoezen in brood, uitgedeeld op "Gasthuus kermesse". Latere lijsten van gemeentelijke belastingontvangsten maakten gewag van "de kermesse van den gasthuyze ten bundere" (1644) en van "de kermesse van den Thuymelaere" (1670)".

"De waard(in) van de herberg "De Tuimelare" organiseerde 'onze' kermis, traditiegetrouw tijdens het laatste weekend van april. Een kermis, georganiseerd door een herbergier, werd ook een "baarloop" genoemd. Een kermis was een belangrijke gebeurtenis, iets om naar uit te kijken in droeve dagen. Dansers, jongleurs, acrobaten, poppenspelers, muzikanten, troubadours en minstrelen trokken van dorp naar dorp om op te treden.

Elk jaar was er een kermiskoers. Latere kleppers op de fiets zoals Maurice Desimpelaere (winnaar van Parijs-Roubaix in 1944 en van Gent-Wevelgem in 1947), Valeer Ollivier (winnaar van Gent-Wevelgem in 1948, van het kampioenschap van België in 1949 en van Kuurne-Brussel-Kuurne (1950) en Albert Sercu (winnaar van de Omloop het Volk in 1947; vader van de succesrijke pisterenner Patrick) reden/wonnen hier bij de onderbeginnelingen hun eerste koers."


Feestende boeren in een herberg. Adriaen van Ostade, 1673. (© Wikimedia).

L. Malfait: "Een kermis had een geestelijke oorsprong en was verbonden met een kerk of een klooster. Het woord ‘kermis’ is ontstaan uit het woord ‘kerkmis’, de mis die jaarlijks werd opgedragen ter herdenking van de wijding van de plaatselijke kerk of klooster of op de naamdag van de patroonheilige ervan. Wanneer er kermis was ter ere van een heilige, hield men die niet noodzakelijk op de feestdag van de heilige, maar wel tijdens het weekend dat het dichtst bij de feestdag gelegen was. En wat zien we? 30 april is de feestdag van de zalige Hildegard, de 3de vrouw van Karel de Grote. Ze richtte vele kloosters en kerken op en is de patroon van de zieken. Volgens de kloosterkroniek legden de zusters van het Gasthuis Ten Bunderen zich niet enkel toe op de verzorging van behoeftige passanten, ze bezochten ook zieken aan huis in de omgeving (de huidige Tuimelarewijk). Zou het zo’n grote gok zijn te veronderstellen dat het nog steeds gaat over dezelfde kermis, die de herberg de Tuimelare organiseerde in de tijd van de zusters en ook toen de zusters er niet meer waren?"

© Copyright 2007- . Alle rechten voorbehouden. Contact: E-mail